Instructions
Work with enkel, dubble en drielagen van letters. Vul de lege plekken in en beantwoord de vragen.
1. Enkel, dubble of drie klanke?
Lees de woorden en kies enkel (-), dubble (- -) of drie klanke (---).
Voorbeeld: boot ---
1. hond
2. koffie
3. auto
4. appel
5. huis
2. Vul de lege plekken in
Gebruik enkel, dubble of drieklanke om de zinnen compleet te maken.
3. Maak jouw eigen voorbeelden
Schrijf 3 eigen voorbeelden van woorden met enkel, dubble en drie klanke en leg uit waarom.
4. Waar of niet waar?
Is het volgende waar of niet waar?
1. Een dier heeft altijd enkel klanke.2. Een tafel heeft dubble klanke.
3. Een appel heeft drie klanke.
4. Een huis heeft enkel klanke.
5. Tekening
Maak een tekening van een van de woorden met drie klanke en label de letters.
Woord:
Voorbeeld woorden: hond, appel, boot